Op 23 mei is het 300 jaar geleden dat Carolus Linnaeus werd geboren. Deze Zweedse arts,bioloog en geoloog leeft vooral voort in zijn naamgeving van planten en dieren. Deze geld nog altijd als levensstandaard.


In 1753 publiceerde Linnaeus het boek Species Plantarummet een opsomming van namen en beschrijvingenvan meer dan 5000 plantensoorten. Een monnikenwerk. Tegen een vriend van hem bekende hij, dat hij zich tijdens het schrijven net een kip
voelde die elke dag een ei moest leggen.
Als kind al werd de jonge Carl geboeid door de vele planten in de tiun bij zijn ouderlijk huis. Tegen de wens van zijn vader om theologie te studeren, koos Linnaeus voor de geneeskunde. In die tijd vormde plantkunde, als bron van kennis van medicinale planten, een belangrijk onderdeel van de medicijnenstudie.
Na zijn studie medicijnen vertrok Linnaeus naar Nederland om daar, in 1735, aan de toenmalige Universiteit van Harderwijk te promoveren tot doctor in de geneeskunde.
Hij bleef vervolgens nog drie jaar in Nederland, als lijfarts van een steenrijke Amsterdamse koopman.
In datzelfde jaar 1735 publiceerde Linnaeus in Leiden zijn boek Systema Naturae over de indeling van planten, dieren en mineralen. In 1753 volgde zijn boek over meer dan 5000 plantensoorten.. Zijn indeling van het plantenrijk was gebaseerd op uiterlijk zichtbare kenmerken, niet op verwantschappen tussen planten.


Linnaeus was zich terdege van het kunstmatige van zijn indeling bewust, zegt dr. Gerda van Uffelen, hoofd collectiebeheer van de Leidse Hortils Botanicus. Hij wilde een eenvoudig systeem waarmee onbekende planten snel konden worden ingedeeld. Die indeling was mede gebaseerd op het aantal en de rangschikking van stampers en meeldraden, de voortplantingsorganen yan bloemen. Dat heeft in zijn tijd voor veel discussie gezorgd. Sommige wetenschappers waren daardoor gechoqueerd. Er waren botanici die van een dergelijke indeling niets wilden
weten. Zijn taalgebruik liet weinig aan de verbeelding over. Zo omschreef hij planten met bloemen met acht meeldraden en één stamper als acht echtgenoten in het zelfde bed met één vrouw.
Ook op andere gronden is de kunstmatige classificatie van Linnaeus voer voor polemieken geweest, aldus Van Uffelen. Mensen in die tijd, zeker ook Linnaeus, vermoedden al dat achter de uiterlijke kenmerken van planten een meer natuurlijk systeem school. Men wist alleen niet welk. Verwantschappen tussen planten en dieren zijn pas sinds de evolutietheorie duidelijk geworden. Toen Linnaeus in 1778 overleed ,moest Darwin nog geboren worden.


De betekenis vanLinnaeus ligt vooral in.zijn naamgeving van planten en dieren. Die vormt nog altijd de basis van de moderne nomenclatuur .Hij gaf planten en dieren een naam die uit twee Latijnse woorden bestond: de eerste voor het geslacht of genus (beginnend met een hoofdletter) en de tweede voor de soort (beginnend met een kleie letter). Die naamgeving had duidelijke voordelen. Ze was eenvoudig, kort maar krachtig. Ze was éénduidig en opgesteld in een taal die universeel was. Voor die tijd kon
de beschrijving van een plant soms wel enige alinea's in beslag nemen. Zijn naamgeving is nog steeds de wereldstandaard.
Linnaeus heeft ook een indeling van het dierenrijk gemaakt, aanvankelijk ook op grond van de bouw van hun geslachtsorganen. Als eerste deelde hij de mens bij de zoogdieren in. Daarmee brak hij met het idee dat de mens geheel op zichzelf stond. Hij
was ook de eerste die de moderne mens de naam Homo sapiens(denkende mens) gaf. De mens deelde hij overigens nog wel in zes soorten in ,waarbij de Europese mens superieur was aan bewoners van andere werelddelen.

 

Jaartallen
Carl Nilsson (Carolus) Linnaeus werd op 23 mei 1707 in het Zuid-Zweedse dorpje Rashult geboren, als zoon van een dominee.
In 1732 maakt hij een onderzoeksreis naar Lapland, in 1734 naar het
noorden van Zweden.
In 1735 promoveert hij aan de toenmalige Universiteit van Harderwijk. Hij wordt lijfarts van de steenrijke Amsterdamse bankier, VOC-bewindsman én
plantenliefhebber George Clifford. Linnaeus wordt tevens beheerder van de prachtige tuin en kassen vol bijzondere plantensoorten bij Cliffords landgoed De Hartecamp, op de grens van Heemstede en Bennebroek.
In 1738 keert hij terug naar Zweden en trouwt zijn jeugdliefde Sata Moraea.
In 1742 volg zijn benoeming tot hoogleraar geneeskunde en plantkunde aan de Universiteit van Uppsala.
Linnaeus overlijdt op 10 januari 1778

Latijns ABC

annuus eenjarig (Helianthus annuus,eenjarige zonnebloem)
alba wit (Rosa alba, witte heesterroos)
glauca blauwgroen (Cedrus atlantica 'Glauca', blauwe atlascedeR)
nigra zwart (Morus nigra,zwarte moerbei)
Ifloribunda rijkbloeiend (Wisteria floribunda, blauweregen}
Majalis in mei bloeiend (Convallariamajafis, lelietje-van-dalen)
odorata geurend (Viola odorata, maartsviooltje)
officinalis geneeskrachtig {Rosmarinus officinalis, rozemarijn)
Ipalustris groeit in moera (Euphorbia pafustris, moeraswolfsmelk)
platanoides lijkt op blad van plataan (Acer platanoides, esdoorn)
pratense groeit in weilanden (Geranium pratense, weide ooievaarsbek)
repens kruipend (Gypsophila repens, gipskruid)
sempervirens wintergroen (Buxus sempervirens,buxus)
sylvatica groeit in bossen (Fagussylvatica, beuk)



 

Door Henk Hellema

Bron:Gelderlander

 

Back Home