Herleving van keuken emaille

In de laatste jaren zijn de prijzen voor oude tinnen en koperen voorwerpen voor het eerst sedert de Tweede Wereldoorlog gedaald.
Niet voor de echte topstukken die hun waarde altijd wel houden, maar in het bijronder voor het oude keukengerei. De oorzaak is waarschijnlijk niet de economische recessie. Het komt, volgens veel handelaren, eerder doordat tinnen en koperen voorwerpen bij de meeste , mensen geen jeugdsentiment meer opwekken. De generaties die tin en koper nog in het huishouden gebruikten of dat door ouders of grootouders zagen doen, zijn bezig te verdwijnen.


Verzamelen begint vaak als een poging om stukjes jeugd, althans visueel, terug te krijgen. In samenhang daarmee was het dan ook bijna voorspelbaar dat de tinnen lepels en de koperen potten en pannen als verzamelobjecten zouden worden vervangen door hun opvolgers: voorwerpen van email.

Het verzamelen daarvan begon jaren zestig. De Nederlandse deskundige op het gebied van oud keukengerei, Brigitte ten Kate-von Eicken, spoorde de directe oorzaak ervan op.
Zij vond deze in damesbladen : Margriet, Libelle en Elegance.
Deze beconcurreerden elkaar toentertijd in hun kookrubrieken met prachtig opgediende gerechten, daarbij steeds vaker een stukje
keukengerei uit moeders of grootmoeders tijd. Dus ook keukenemail.
Dat wekte kennelijk vooral bij vrouwen jeugdsentiment op en steeds grotere getalen begonnen zij de oude schuimspanen, opschepllepels en petroleumstelletjes terug kopen die hun moeders of zijzelf bij het oud vuil hadden gezet.

Triomftocht
De techniek van het emailleren aanbrengen van gesmolten glas  op een metalen ondergrond was al zo’n duizend jaar voor onze jaartelling in het Nabije Oosten bekend. Zowel daar als later in Europa werd zij echter vooral toegepast ter versiering en vanaf de 16de eeuw gebeurde dat nog slechts op heel beperkte schaal. In dat laatste kwam echter verandering in de 19de eeuw, toen
email een industriële ontwikkeling kreeg: het werd vanaf die tijd als beschermende laag aangebracht op de meest uiteenlopende metalen gebruiksvoorwerpen, vanaf reclameborden tot badkuipen. Het meest werd email echter toegepast op het keukengerei. Tot dan toe waren hout, tin, koper en gietijzer de meest toegepaste materialen in de keuken, maar die hadden allemaal hun bezwaren: kwetsbaarheid, moeilijk schoon te maken en zelfs giftigheid zoals van het koper.

Geëmailleerd metaal bleek veel praktischer te zijn en, mits toegepast op grote schaal, ook goedkoper. En die grote schaal kwam
er in hoog tempo. Emaille keukengerei begon een ware triomftocht door de hele westerse wereld.
Eén van de eerste fabrieken van emaille gebruiksvoorwerpen in Nederland was van Diepenbrock en Reigers
nu bestaand en bekend  als de DRU. Die produceerde ze al in 1840, aanvankelijk op aanwijzingen van een Duitse vrouw die de kunst
van het emailleren op gietijzer uit haar  geboorteland meebracht.
In 1870 beheerste de DRU het proces zelf optimaal  zoals deze fabriek ook zo’n kleine honderd jaar zou laten blijken.
Pas aan het einde van de jaren zeventig van de vorige  eeuw werd de productie  stil gelegd. De vraag naar keuken email  was toen sterk afgenomen en aan de behoefte die nog restte ,werd goedkoper voldaan door landen in Oost-Europa.
De concurrenten die het email in de  keuken en en ook op de eettafel verdrongen, waren aluminium, hittebestendig glas en roestvrijstaal. Ze waren praktischer en misten het grote nadeel van emaillen gerei: er sprongen niet  gemakkelijk stukjes
af die het met één klap lelijk en in feite onbruikbaar maakten.
Gelukkig voor de verzamelaars was er sedert de helft van de vorige eeuw enorm veel keukenemail geproduceerd, dat de prijzen betrekkelijk laag zijn gebleven. Ook mensen met een gemiddeld inkomen kunnen een leuke collectie aanleggen zonder in
financiële moeilijkheden te geraken.

Eén van de meest gezochte stukken is het bekende petroleumstelletje dat in menig huishouden flink heeft geholpen om de Tweede Wereldoorlog door te komen.

Wolkjesgrijs
De meeste exemplaren die wij op rommelmarkten en in winkels hebben gezien, kostten zo'n f 35,- a f 45,- Er zijn echter ook uitschieters naar boven. Zo zagen we een grijs gewolkt Petrolea petroleumstel grif van de hand gaan voor f 65,- In verhouding daarmee zijn de bekende oude petroleumkannen aan de hoge prijs: f 120,- daarvoor is niet ongebruikelijk.
De liefhebber Iaat de koop overigens vrijwel altijd afhangen van de vraag of de tekst op de kan er in 'gewoon' of in Gotisch schrift op staat.


Heel gewild zijn ook de hangrekjes met de bussen 'Zand, Zeep, Soda' , die in talloze Nederlandse gezinnen dienst hebben gedaan. Een normale prijs is f 75,-, heel wat meer dan ze nieuw hebben gekost. Maar dat geldt natuurlijk voor de meeste van deze voorwerpen.

Zo'n oude groene groente-emmer kostte vóór de Tweede Wereldoorlog natuurlijk minder dan de f 45,-nu, een lepelrek met druipbak haalde de f 65,- van nu niet en een vergiet kostte vast ook minder dan de huidige f 20,-.


Het grootste aanbod bestaat uit het zogenoemde wolkjesgrijs. Logisch, want dat is in ons land ook het meest
gebruikt. Het wordt nu ook weer het best verkocht. Sommige verzamelaars laten het echter links liggen.
Die concentreren zich bijvoorbeeld op het ook bekende wit-met-een blauw-randje, rood, blauwen het minder voorkomende groen.
Ook gedecoreerde stukken zijn bij de Nederlanders populair. De Duitse verzamelaars die bij ons het land afstropen, hebben daarentegen een duidelijke voorkeur voor de oranje rode stukken.
Wellicht mede onder invloed van de verzamelaars maakt ook het nieuwe keukenemail de laatste jaren een duidelijke herleving. Het is gewoon weer te koop in de winkels voor huishoudelijke goederen. Het meeste ervan komt uit Oost Europese landen.


Ook wordt er, vanuit het Verre Oosten, nogal wat namaakspul geïmporteerd dat voor oud en gebruikt door moet gaan. Deskundig
voorzien van kleine beschadigingen en roestplekjes. Vooral oudere , ervaren verzamelaarsters die zelf nog met dit gerei hebben gewerkt, laten zich echter niet gemakkelijk bedriegen. Zij zien bijvoorbeeld bij het wolkjesgrijs dat de donkere partijen hierin veel te donker zijn en zij hoeven een vergiet maar even op te tillen om het zeker te weten: echt of imitatie, oude bekende of nieuwkomer.

 

Index

 

Bron:K&K

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron:K&K

Door: Ciny Peppelenbosch