Toiletmeubels
De grotere
aandacht in de18de eeuw voor sanitair zoals bad en toilet had tot gevolg dat verschillende
scheer, was en toiletmeubels steeds gewoner gingen worden. Meubelmakers als Sheraton
brachten veel verschillende uitvoeringen op de markt.
Omdat de vernieuwingen,
zoals de spoel wc van Cummings, vooral op technisch gebied lagen, bleef de uitvoering
van het sanitair niet langer in ,handen van de meubelmakers. Ze kwam terecht bij
ingenieurs, smeden en loodgieters. Gedurende de 19de eeuw werden, in plaats
van de oude houten baden, steeds meer zinken of koperen baden in gebruik genomen.
Na verloop van tijd deed ook het geëmailleerde metaal zijn intrede.
Naast
gewone ronde of ovale tobbes werden ook opvouwbare zitbaden aangeboden.
Halverwege
de eeuw ontwikkelde zich onder invloed van de medische wetenschap,een sterk op
hygiëne gerichte beweging. Een nieuwe gezondheidscultus was daarvan in de
jaren 70 en 80 van de 19de eeuw een direct gevolg.
Meer dan ooit raakten ook
de gezondheidsbaden in Duitsland,België en Engeland in trek.
Reinheid
zowel op lichaam als kleding was de manier van de burgerij om zich te onderscheiden
van de werkende stad,die immers per definitie vuil heette te zijn.
Aan het
einde van die eeuw groeide de hygiëne als statussymbool zodanig dat dit te
merken was aan de uitvoering van badkamers. Waren in voorgaande eeuwen aparte
badkamers slechts in paleizen en appartementen te vinden ,halverwege de 19de eeuw
vond de gegoede burgerij de badkamer meer en meer een belangrijk deel van het
huis.
De badkamers werden uitgevoerd met ligbaden en wastafels en ingericht
alsof het een gewone kamer van het huis was. Het sanitair werd afgewerkt met mahoniehout,kleden
lagen op de grond en prenten sierden de ruimten.
Onder invloed van de hygiënische
beweging werd deze huiselijke omgeving tot een bijna medisch wit geëmailleerde
en betegelde ruimte . De helderwitte badkamers van omstreeks de vorige eeuwwisseling
bezaten soms zelfs een douche , een instrument dat daarvoor slechts in kazernes
en inrichtingen werd gebruikt.

Stromend water
Een
belangrijke faciliteit die bijdroeg aan de inrichting en het comfort van de badkamer
was de aanleg van het stromend water. Het watercloset van Cummings ging al uit
van een constant beschikbare aanvoer van water. In sommige huizen was het, door
middel van een (regen) reservoir en een handpomp, mogelijk een watercloset te
laten werken en eventueel het bad te vullen. Sommige baden die zo met koud water
werden gevuld, konden verhit worden door een gas of oliebrander.
Al gauw na
de aanleg van waterleidingen en voor de meeste plaatsen was dat aan het einde
van de 19de eeuw, werden voorzieningen getroffen om permanent over heet water
te kunnen beschikken.
Eerst waren dit bij bad of wastafel aangebrachte branders
op gas, olie of paraffine. Al snel konden ook geisers en boilers op gas of (in
Nederland vanaf circa 1910) op elektriciteit geleverd worden.
De aanleg van
waterleidingen stimuleerde de aanleg op steeds grotere schaal van vaste badkamers
in Europa waren de grote badkamers in trek, terwijl in de Verenigde Staten de
voorkeur meer uit ging naar de badcel, een compacte, smalle ruimte.
Vooral
het grote aanbod van gestandaardiseerde onderdelen zoals toiletpotten en wastafels
in Amerika bood de mogelijkheden voor het inrichten van een kleine bad of doucheruimte.
Door kleine formaat en de vaste plaatsing van gestandaardiseerde onderdelen zou
dit uiteindelijk leiden tot compleet in de fabriek geproduceerde natte cellen
die
met behulp van hijskranen geplaatst konden worden. Een groot succes is dit idee
echter niet geworden.
 
Lekker
zitten
De medische doeleinden van de hygiënische beweging hadden geleid
tot het smetteloos witte sanitair. Toen het besef van hygiëne algemeen was
geworden, in de jaren na de Eerste Wereldoorlog werden andere aspecten belangrijk.
Hier en daar
waagde zich een fabrikant aan sanitair dat niet spierwit was en
steeds meer fabrikanten, architecten en ontwerpers bemoeiden zich met de badkamer.
Een voor de hand liggende stap was het bekende sanitair nu niet langer in wit,
maar in
gekleurde emaille en betegeling uit te voeren.
Vele firma's, eerst
vooral de Amerikaanse, later Britse, Italiaanse, Belgische en Nederlandse, probeerden
wastafels, toiletpotten en volledige badkamers in kleurige uitvoering te verkopen.
Tevens werden fabricage en comfort van sanitaire onderdelen verbeterd. De bekendste
architect/onderzoeker op dit gebied is ongetwijfeld Alexander Kira in zijn boek
The Bathroom heeft hij het gebruik van het toilet onderzocht. Met name de loop
van de urinestraal had zijn geconcentreerde aandacht.
Onderzoek leidde tot
praktische toepassingen. Sommige ontwerpers kwamen langs deze weg tot zeer kleine,
maar comfortabele badcellen. Anderen richtten zich op de ontwikkeling van goed
te onderhouden, perfect anatomisch vormgegeven sanitair. Na de Tweede Wereldoorlog
lijkt dan ook niet langer de hygiëne, maar veeleer de signatuur van de WC
- pot-ontwerper een mogelijkheid tot sociaal onderscheid.
 
Index
|